
24
.
03
.
26
–
24
.
03
.
26
Kunstkerk Dordrecht is de laatste locatie waar ‘De held, de schurk en de waarheid’ te zien zal zijn. Daarvoor stond de tentoonstelling op maar liefst acht andere locaties, waaronder Museum de Fundatie, Museum Kranenburgh en Kunstlinie Almere. Vier vragen aan initiatiefnemer en curator Johan Idema over deze bijzondere, reizende expositie.
Vaak zijn kunsttentoonstellingen maar een paar maanden op één plek te zien. ‘De held, de schurk en de waarheid’ is uniek omdat het maar liefst 2,5 jaar door Nederland reist. Wat was het idee?
Klopt, het verbaasde mij dat tentoonstellingen op één plek staan, terwijl voorstellingen heel Nederland doorreizen. Natuurlijk zijn daar redenen voor te noemen. Zo is een voorstelling doorgaans makkelijker te vervoeren en kunnen kunstobjecten niet altijd reizen. Maar die redenen gelden lang niet altijd. Er zijn heel goed tentoonstellingen te maken die wel kunnen reizen. Omdat deze tentoonstelling het werk van Folkert de Jong op zo’n bijzondere manier presenteert, wilden we ook echt een breed publiek ermee bereiken door het op meerdere plekken te tonen. We konden hierbij dankbaar gebruik maken van de ervaring met ‘Tolerance Test’, een installatie met werk van Charlotte Schleiffert die ik eerder initieerde en ook ruim twee jaar door Nederland reisde.
Wat is het voordeel van een reizende expositie?
Je bereikt een groter en diverser publiek. We zien dat de tentoonstelling op elke locatie duidelijk een ander publiek trekt. Bij Brutus (Rotterdam) was dat een enorm jong en divers publiek, niet persé kunstkenners. Bij Museum de Fundatie zagen we een echt museumpubliek met meer ervaring. Reizen biedt ook kans voor geografische spreiding, om hoogwaardige, vernieuwende tentoonstellingen op plekken te presenteren waar dat stand alone onmogelijk zou zijn. Dat kunnen ook andersoortige locaties zijn, zoals een festival of fabriekshal. Last but not least, is een reizende productie veel duurzamer, de kosten per bezoeker zijn (fors) lager en er kunnen meer fondsen worden betrokken. Eigenlijk ligt er dus een grote kans voor musea en andere plekken om samen tentoonstellingen te maken.
Wat is nodig om een tentoonstelling te laten reizen?
Het vereist allereerst een onderscheidend tentoonstellingsconcept. Bij ‘De held, de schurk en de waarheid’ worden de beelden van Folkert De Jong geënsceneerd. Met theatrale belichting en prikkelende audioverhalen van theatermakers als Abdelkader Benali, Elfie Tromp en Maxine Palit de Jongh worden Folkerts sculpturen van betekenis en duiding voorzien. De theatrale opvoering maakt de presentatie verhalender, toegankelijker en diepgaander, zodat het publiek de kunstwerken beter begrijpt en beleeft. Dit is een presentatievorm die musea zelf en alleen niet snel zullen ontwikkelen en dus eerder op hun interesse kan rekenen om te presenteren. Daarnaast zijn er natuurlijk praktische voorwaarden om te reizen: de kunstwerken moeten dit aankunnen en de tentoonstelling moet flexibel zijn om op verschillende soorten locaties gepresenteerd te kunnen worden.
Hoe reageerden musea op een reizende tentoonstelling?
We zijn Brutus, Chassé Theater en Kunstfort Vijfhuizen dankbaar dat zij de tentoonstelling als eerste wilden programmeren, want het kostte tijd en overtuiging om musea mee te laten doen. Het feit dat de tentoonstelling reist, zagen veel musea als reden om niet mee te doen, omdat de tentoonstelling al elders in Nederland gepresenteerd was. Terwijl wij het juist omdraaien: doordat iets bijzonders reist, bouwt het ook bekendheid op. Bovendien trekken musea overwegend publiek binnen een bepaalde straal en doet presentatie elders daar geen afbreuk aan. In de gesprekken hielp het om de vergelijking met de podiumkunsten te maken. Daar is het immers heel gangbaar dat voorstellingen reizen en podia aandoen die niet eens ver van elkaar af liggen.