
Al in de prehistorie personifieerde de mens de hem omringende natuurkrachten en kende deze een goddelijke status toe. Door offer en gebed trachtte hij enigszins grip te krijgen op de bedreigende willekeur. Lentink besloot op zijn vijftiende kunstenaar te worden en keerde een jaar later het geloof de rug toe. Het maken van beelden ziet hij in wezen als een religieuze daad. Ieder werk beschouwt hij als een hoofdstuk in een steeds uitdijend verhaal dat de verhouding van het individu tot zijn omgeving belicht en onderzoekt.
Die persoonlijke zoektocht resulteert in een oeuvre: een woud van beelden waarin het – zo hoopt de kunstenaar – ‘goed toeven is’. Die beelden vertellen een verhaal van idealen, van humaniteit, van verzoening en van eerbied voor het heden en verleden, voor mensen en voor dingen.
Zingeving is een precaire onderneming. Voor Lentink vooronderstelt het regie, besluitvaardigheid en het verstand om compromisloos de juiste keuzes te maken. Het leidde tot een oeuvre dat kon ontstaan door een dosis onverstoorbare eigenwijsheid en het afzien van concessies.
Beeldend kunstenaar Gerhard Lentink (Deventer, 1956) vestigde zich in 1982 in Dordrecht. Hij werkt sindsdien gestaag aan een omvangrijk oeuvre dat voornamelijk bestaat uit monumentale houten beelden. Daarnaast realiseerde hij van tijd tot tijd meer vergankelijke landschapsprojecten op verschillende locaties in Europa. Zijn werk is onder meer opgenomen in de collecties van Beelden aan Zee, De Fundatie en Het Depot en was buiten Nederland te zien in België, Frankrijk, Duitsland, Spanje, Italië, Litouwen, de Verenigde Staten en Zuid-Afrika.
Dit is een dwarsdoorsnede van 45 jaar werk. Werk gemaakt op de academie, werk dat lang verborgen was en net voltooid werk. Met als allesomvattend thema de verhouding van de individuele mens tot de medemens, én tot de grote thema’s als dood en vergankelijkheid. Een dwarsdoorsnede van een oeuvre met een mythisch karakter dat verwijst naar het universele: dat wat niet aan plaats en tijd verbonden is.